0
Mijn naam is Nicolas de Petra, lijfarts van de Graaf van Vlaanderen. Het graafschap Vlaanderen ligt in het centrum van Europa, ingeklemd tussen Frankrijk, het Duitse Rijk en de Noordzee. Deze unieke ligging maakt het graafschap tot kruispunt van alle belangrijke handelswegen. De graaf van Vlaanderen is zowel vazal (= een getrouwe van een koning, hoge edele of geestelijke in de Middeleeuwen) van de Franse koning als van de Duitse keizer. Vlaanderen is een land van steden. Brugge is in mijn tijd de grootste haven van Noord-Europa, waar heel de wereld samen komt om handel te drijven. Gent, Ieper, Rijsel en Dowaai (of Douai in het Frans, zo’n 50 km ten zuiden van Kortrijk) zijn de andere vier grote steden van het graafschap, naast nog vele andere kleinere steden. Wie de steden in handen heeft, heerst over Vlaanderen. Niemand kan Vlaanderen regeren tegen de wil van de steden, ook de graaf niet. Zij dwingen van hem steeds meer voorrechten en vrijheden af. Met hun wallen en vestingen, hun kathedralen en hallen, belforten en raadhuizen zijn zij niet enkel het zinnebeeld (= symbool) van Vlaanderens grootsheid, maar bepalen zij zelf die grootsheid én rijkdom, en niet de graaf of de leenheer. En dat baart de graaf steeds meer zorgen. Want geregeld vertrouwt hij me persoonlijke zaken toe, en soms vraagt hij me zelfs om advies, hoewel hij natuurlijk ook politieke raadslieden heeft. Die zorgen hebben ook gevolgen voor zijn lichamelijke gezondheid. Zo geef ik hem op tijd en stond Valeriaan, een kruid dat helpt om tot rust te komen. Het is geen wondermiddel, maar het zorgt er wel voor dat hij meer ontspannen is. Ook goed voor mij, want zo heb ik minder vaak last van zijn slechte humeur.