0
Ik ben Maarten, musketier in het leger van Maurits van Oranje-Nassau. Mijn wapen is een musket, een handvuurwapen met een gladde loop, voorzien van een lontslot, dat langs voor geladen wordt. Dit wapen is een voorloper van het geweer en was het eerste vuurwapen waar kolf, lade, loop en ontstekingsmechanisme standaard één geheel vormden. Het laden van een musket kost veel tijd: eerst moet de pan (voor de ontsteking) met kruit worden gevuld, waarna het losse kruit, de prop en de lading via de voorzijde van de loop moet worden geladen en met een laadstok (die soms als steunvork fungeert) worden aangestampt. Daarna wordt de smeulende lont in de haan geklemd, waarna de musket schietklaar is. De gemiddelde vuursnelheid is 1 schot per minuut. Daarom zijn we ook bewapend met een rapier (een slank, scherp gepunt zwaard) of korte sabel. Ook werd ons geleerd de kolf als slagwapen te gebruiken. De loden kogels zijn iets kleiner dan de loop van het musket, om het laden te vergemakkelijken. Dit maakt het wapen echter onzuiver vanaf een afstand van meer dan 60 meter. Soms worden de kogels gemaakt door een kogelmaker, maar meestal gieten wij soldaten onze kogels zelf ter plaatse met een mal als deze, ook wel kogeltang genoemd. In sommige kogels wordt een inkeping gemaakt, zodat ze bij de vijand nog grotere verwondingen veroorzaken (ze tollen immers rond). Een gruwelijk iets toch he, zo’n oorlog?