0
Mijn naam is Helmut. Ik ben soldaat in het Duitse leger. Al maanden zitten we hier vast in de modder van de vlakte rond de Ijzer. De Belgen hebben die doen overstromen. Wat een ellende. Geen van beide kampen maakt echt vorderingen. En toch vallen er elke dag opnieuw ontelbaar veel doden. Gisteren nog weigerde Fritz, een kameraad van me, om bij het fluitsignaal van de kapitein uit de loopgraaf te komen. Hij werd zonder pardon ter plekke door zijn eigen kapitein doodgeschoten. En vorige week nog werd een soldaat van een naburig bataljon geëxecuteerd, zogezegd wegens lafheid. Eigenlijk leden de arme stakkers aan shellshock. In deze oorlog wordt er ook nog vaak met “primitief” wapentuig gevochten, zeker in de lijf-aan-lijf-gevechten. Zo hebben we een bajonet op ons geweer staan, voor wanneer de vijand vlak bij ons in de loopgraven staat, en/of wanneer onze kogels op zijn. We hebben anderzijds ook ondervonden dat voor zo’n situaties een schop (waarmee we de loopgraven maken) eigenlijk nog het meest efficiënt is als wapen, beter dan een bajonet. We maken onze schoppen dan ook zo scherp mogelijk, door middel van een slijpsteen. Beestachtig en gruwelijk toch, zo’n oorlog? Niet verwonderlijk dat heel wat soldaten daardoor het noorden kwijtraken in hun hoofd, een mens is namelijk niet gemaakt voor, of toch zeker niet bestand tegen zo’n wreedheden.