0
Wong is de naam. Ik ben een Mongoolse chauffeur tijdens de expeditie naar Mongolië van het American Museum of Natural History, in 1922. We bevinden ons momenteel nabij de plaats Artsa Bogdo (voluit: Artsa Bogdo Ula). Ik kuier wat rond tijdens mijn pauze, wanneer mijn aandacht getrokken wordt door enkele beenderen die een beetje verderop half zichtbaar aan de oppervlakte liggen. Het zal toch niet waar zijn, zeker? Heb ik echt een uitzonderlijke vondst gedaan!? Ik toon de plek aan onze expeditieleider, die zegt dat het om een nog onbekende dinosauriër gaat. Ik ben zo fier als een gieter. Ik, een eenvoudige chauffeur, die zo’n ontdekking doet! *Een jaar later, in 1923, beschreef en benoemde Henry Fairfield Osborn de typesoort Psittacosaurus mongoliensis. De geslachtsnaam is afgeleid van het Oudgrieks ‘psittakos’, wat “papegaai” betekent, een verwijzing naar de kop met papegaaiachtige snavel. Het is een geslacht van dinosauriërs, behorend tot de Ceratopia. Binnen het geslacht zijn twintig soorten benoemd. Deze soortaanduiding verwijst naar Mongolië. Het holotype (= het unieke, originele exemplaar dat gebruikt wordt voor een soortaanduiding), is gevonden in een laag van de Ööshformatie die dateert uit het Aptien-Albien (of in Vlaanderen ‘Aptiaan-Albiaan’, de twee bovenste etages uit het Onder-Krijt), zo’n 115 miljoen jaar oud. Het bestaat uit een vrijwel volledig skelet met schedel. Bij latere opgravingen zouden nog tientallen skeletten van deze soort gevonden worden, gaande van pasgeboren dieren tot oude individuen, in Mongolië, Noord- en West-China, Thailand en Centraal-Rusland.