0
Ik ben Aurélie, 12 jaar oud. Tijdens een wandeling met mijn ouders langs een rotsachtige kust in Marokko, zag ik deze fossielen in de rotswand zitten. Mijn papa is zo’n beetje amateur-paleontoloog, en heeft meestal bij het wandelen wel het nodige materiaal mee, zoals een hamer en beitel. Toen dus ook. Hij hakte de fossielen voorzichtig uit de wand, en fier als een gieter mocht ik ze naar ons vakantiehuisje dragen. Ah ja, ik had ze tenslotte eerst gezien, he. Terug thuis, heeft een bevriende wetenschapper het eens opgezocht: de fossielen blijken van Orthoceras te zijn. Orthoceras, wat “rechte hoorn” betekent, is een uitgestorven geslacht van mollusken (Mollusca of weekdieren, die mag je dus niet in het weekend eten, haha), dat leefde tijdens het Midden-Ordovicium (het Ordovicium is onderdeel van het Paleozoïcum). Deze nautiloïde koppotige had een kegelvormige, naar het uiteinde spits toelopende schelp met dicht opeenliggende kamers, die een hol en een bol tussenschot bevatten, met in het centrum een verbindende buis. De lengte van de schelp bedroeg ongeveer 15 cm. De Orthoceras was een weekdier, het enige wat is versteend, is dus de ‘wervel’ van de inktvis. Het was een goede zwemmer, die zich voedde met aas en kleine dieren. De schelp bleef steeds in een horizontale positie tijdens het zwemmen.