Luisteren?

Middel 2

Hint?

Middel 3

Scan

Ik ben Hadewigis, echtgenote van Egbertus. Wij wonen met onze vier kinderen in een bescheiden huisje aan de rand van wat jullie in jullie tijd het natuurgebied de Kalkense Meersen noemen. Dat is een laaggelegen vochtig gebied in de voormalige overstromingsvlakte van de Schelde, tussen Kalken, Overmere, Uitbergen, Schellebelle en Wetteren. Doorheen het hele jaar gaat mijn man daar turf steken, om te gebruiken als brandstof om op te koken en ons mee te verwarmen. Om te koken gebruik ik deze mooie (ja toch, he?) pot gemaakt van smeedijzer. Doorgaans staat er niet zo vaak vlees op het menu. Echt rijk zijn we niet, zie je. Af en toe komt er toch eens een lekker stukje wild op tafel. Dat gebeurt ook wel soms wanneer Keizer Karel (Gent, 1500 – Cuacos de Yuste, Spanje, 1558) een tijdje overkomt vanuit Spanje, en hier in de buurt (Gent bijvoorbeeld) verblijft. Dan mag mijn man namelijk gids zijn in de Kalkense Meersen, voor Keizer Karel die daar met een uitgebreid gezelschap komt jagen. Zij schieten alles neer wat ze maar te pakken kunnen krijgen: o.a. konijnen, hazen, vossen, lynxen, everzwijnen en wolven. Geen wonder dus dat bijvoorbeeld die laatste drie in jullie tijd al lang verdwenen zijn in onze contreien, en in Vlaanderen in het algemeen. Het begrip “natuurbehoud” bestaat in onze tijd jammer genoeg nog niet. Dit gezegd zijnde: na de jachtpartij met Keizer Karel krijgt Egbertus meestal (toch in geval van een goeie vangst) wel enkele stukken wild mee. Die ik dan met veel plezier klaarmaak in deze pot, aan een verstelbare haak boven het kookvuur. Zo kan ik regelen hoeveel hitte het gerecht nodig heeft. Om te sudderen (een wildstoofpotje b.v.) hang ik hem dan wat hoger. Mmm, ik begin nu al te watertanden als ik eraan denk.

Middel 3 Middel 2